Eric Rinckhout, ‘Grote Antwerpse Willem Elsschot Atlas’

Geniaal boek over een geniaal schrijver

Dé Grote Antwerpse Willem Elsschot Atlas. Je moet het maar durven, zo arrogant uit de hoek komen. Vooral nu de laatste jaren boekenkasten vol geschreven zijn over de Antwerpse adverteerder Alfons De Ridder, zijn literair pseudoniem Willem Elsschot, zijn dubbelleven, familie en werk.

En dan kom je af met een werk van amper 239 bladzijden dik – kaartjes, foto’s, literatuurlijst en register inbegrepen – en bestempel je het als ‘groot’. Meer zelfs: het is een ‘Atlas’, met zijn ocharme zes kleine plattegrondjes helemaal achteraan. Pretentieus, die Eric Rinckhout. Zelf een Antwerpenaar, zeker?

Pretentieuze Sinjoren

Gelukkig hebben wij het wel voor pretentieuze Sinjoren. Als ze tenminste een reden hebben om zo ‘n arrogante smoel op te zetten. Die redenen zijn legio in de ‘Grote Antwerpse Willem Elsschot Atlas’. Uit de berg Elsschotpublicaties waarop de literaire wereld ons de afgelopen jaren gul trakteerde, is dit wellicht het enige boek dat je echt gelezen moet hebben. Want Rinckhout opteert voor kwaliteit, eerder dan voor kwantiteit. Dus bijt hij zich niet vast in de allerkleinste zakelijke details – die liet hij over aan Elsschots officiële biograaf Vic van de Reijt – of verveelt hij ons niet met al te ijverig opgezochte namen, data of te wetenschappelijke nevenfeitjes.

De ‘Atlas’ beperkt zich tot de hoofdzaak. De relatie die zaakvoerder De Ridder annex schrijver Elsschot onderhield met de steden waarin hij woonde, en voornamelijk de Antwerpse koekenstad. En uiteraard ook de weerslag daarvan, hoe schijnbaar onopvallend soms ook, in zijn nagelaten literaire werk. Aan de hand van de biografie van de familie De Ridder schetst Rinckhout een prachtig portret van de snel evoluerende stad tussen 1860 en 1960. In die evolutie bleek vooral vader Christiaan De Ridder een grote katalysator van de stad te zijn. Was hij immers niet de eerste die het risico nam een huis te bouwen in de toen nog onbebouwde De Keyserlei, om enkele decennia later alweer eenzelfde risico te nemen en te verhuizen naar het Zuid, toen nog de ‘Parochie van de Miserie’?

De interessante en opmerkelijk helder geschreven geschiedenis – de cultuurjournalist van De Morgen kent duidelijk zijn stiel – wordt nog verrijkt door een selectie van prachtige historische foto’s. Ook hier weer laat Rinckhout zich niet verleiden door de grote rijkdom aan fotoarchieven maar kiest hij voor een mooie selectie van complementaire, sprekende beelden.

Relatie met de stad

Hoofdbrok van het boek zijn echter de eigenzinnige literaire analyses van Elsschots oeuvre. Vertrekpunt daarbij is uiteraard diens relatie met de stad. Maar eerder dan te trachten tot op het bot de vele parallellen tussen boekfragmenten, boekpersonages en historische mensen uit Elsschots entourage uit te spitten, is het Rinckhout vooral te doen deze gelijkenissen aan te halen en wetenschappelijk te duiden zonder zich daarbij echter te verliezen in al te veel details.

Misschien is de grootste verdienste van dit boek nog dat Rinckhout aan de hand van de geschiedenis van de De Ridders in Antwerpen, het bescheiden nagelaten werk en de scherpe literaire analyses, duidelijk aantoont hoe geniaal Elsschot eigenlijk wel was. Hoe zijn boeken op het eerste zicht nog zo onschuldig lijken – De Ridder was een groot en gereputeerd diplomaticus – maar op een dieper niveau heel wat persoonlijke kritiek (op ondermeer het geloof, op de verrechtsing van de maatschappij en de groeiende intolerantie) verbergen. Beknopt maar toch heel volledig: de ‘Grote Antwerpse Willem Elsschot Atlas’ heeft zijn naam zeker niet gestolen. Vijf sterren, dik verdiend.

Cédric Raskin
Voor Cutting Edge

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top