Jan van den Berghe, ‘De artistieke uppercut’

In de ban van de ring

Van een verrassing gesproken. Wij kenden journalist Jan van den Berghe slechts als notoir koningshuiskenner. Laat er iemand in Laken een koninklijke scheet, weet de expert sappig voor heel ‘Royalty’-minnend Vlaanderen te vertellen hoeveel scheppen stoofvlees de flatulente hoogheid de dag ervoor had opgelepeld. Maar kijk, naast de dolsaaie avonturen van de Belgische dynastie heeft van den Berghe ook een passie voor … de bokssport! En die passie heeft hij vormgegeven in een heerlijk lijvig naslagwerk.

Alle hoeken van de ring

Toegegeven, zelf kennen wij nog geen spiervezeltje van de edelste der gevechtskunsten. Maar ‘De artistieke uppercut’ heeft onze interesse in de sport danig opgekrikt. In twaalf ronden laat de auteur ons alle hoeken van de ring zien. Vanuit het standpunt van een hele rist kunstenaars, zowel voor- als tegenstanders van de bokskunst. Want zowat de crème de la crème van de (inter)nationale kunstwereld, van Aalst Dorpstraat tot New York City, heeft zijn potlood, vulpen, verfkwast of zelfs zijn eigen vuisten gedrenkt in de dikke druppels zweet en bloed van de prijsvechterij. En er de meest heroïsche taferelen mee uitgetekend.

Zo laten we ons lustig tegen de touwen smakken door de sappigste anekdotes uit de ring. We proeven van de poëzie van verbrijzelde knokkels en verzwakte polsen, gespleten lippen en gebroken kaken, dichtgeslagen ogen, platte neuzen en emmers donkerrood bloed. Boksen ons een weg langsheen de bloedige slachtpartijen in de maffiose onderwereld of de heroïsche prijskampen in de meest prestigieuze sporttempels. Genieten van de verfijnde akoestische symfonie uit de bokszaal: het geschuifel en het gekras op de dikke mat, het geklepper van de handschoen op de stootzak en het gekletter van de kettingen… Hoe verder je vordert in het boek, hoe meer je de noblesse, de kracht en de kunst van ‘the noble art’ leert appreciëren.

Beheerst boksen

Want de sport heeft niets met agressie te maken, integendeel. Het gaat over het temmen van de driften en de beheersing van de meest verfijnde technieken. De geschiedenis van de bokskunst vormt niet alleen de rode draad doorheen het boek, maar ook door de maatschappij. De sportieve kamp tussen de touwen is er één tussen tegengestelde ideologieën. Tussen de heerszuchtige blanke en de kolossale zwarte, tussen de ondervoede opgesloten jood en de vadsige Duitse gevangenisdirecteur. De worsteling van het vlees is amper een slaapkamerdeur verwijderd van de vleselijke liefde. En als de vrouwen zich eind jaren twintig ook in de ring wagen, breken ze een lans voor het oprukkende feminisme.

‘De artistieke uppercut’ is een heerlijk naslagwerk voor zowel liefhebbers van de bokskunst als kunstminnende meerwaardezoekers. Met veel respect en evenveel fijnzinnige humor, geschreven door een erudiete, literair begaafde boksfreak met – gelukkig – veel tijd. Zo worden we heen en weer gesmakt tussen de trippelende danspasjes van Charlie Chaplin en de magistrale woordenvloed van Mohammed Ali. Incasseren culturele klappen tijdens Jan Hoets kunstzinnige boksmatch aan de vooravond van zijn Documenta. En laten ons bijna knock-out slaan door het hermetisch werk van Joseph Beuys, de protestsongs van Bob Dylan, de krachtige schilderijen van Sam Dillemans of het werk van Scorsese.

Dit is een groots boek. Als we Jan van den Berghe voortaan op het scherm zien, denken we niet meer aan geeuwende koningen en vruchtbare prinsessen. Maar aan de meest majestueuze bokslegendes als Joe Louis, Jack Johnson en Primo Carnera. Want tegen het rode bloed van de Koningen van de Ring kan maar weinig blauw bloed tegenop.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top