
Alleen maar in Frankrijk
Dat is het verschil tussen eenzaam en alleen zijn. Alleen zijn is gemakkelijk. Je hebt er geen woorden voor nodig, geen regeltjes, geen mensen.
Dat is het verschil tussen eenzaam en alleen zijn. Alleen zijn is gemakkelijk. Je hebt er geen woorden voor nodig, geen regeltjes, geen mensen.
Het is maar een greep uit al die kleine wondertjes van de tocht. Het is toch zo makkelijk, gewoon gelukkig zijn.
In Fravaux verontschuldigt een oud boertje zich dat hij me stoort. Waar trek ik met die zware zak naartoe? Naar Rome, helemaal doorheen de Alpen, verstaat hij het goed?
Het belangrijkste voor de pelgrim zijn niet zijn voeten, knieën of sterke schouders. Het zit hem vooral in het hoofd.
Nieuwe gedachten naast oude herinneringen, kriskras door elkaar. Verhalen bieden zich spontaan aan, je kiest zelf maar waar je inpikt.
Twee knullig gedrapeerde Franse vlaggen over de vuile ramen van het sanitaire blok herinneren eraan dat het vandaag le 14 juillet is.
Er zijn beelden in kleur, sepia en zwart-wit. Ze poseren in de woonkamer voor de open haard of kronkelen komisch voor een te klein zwart doek. François houdt van variatie.
Vijf dagen leidt mijn uitgestippelde route me langs de oevers van de Maas. Zo’n 150 kilometer lang, van Namen tot Charleville-Mézières.
Daar sta ik dan, op een godvergeten kruising van twee godvergeten zandwegeltjes die niet eens op de kaart staan.
‘Mag ik iets vragen, mijnheer? Stapt u misschien naar Compostela?’