Jonathan Coe, ‘Expo 58’

‘Weinig is zo aandoenlijk als futurisme dat nostalgisch wordt.’ Sprak de gelauwerde Britse auteur Jonathan Coe een hele tijd geleden. Hij had het over de bizarre jaren vijftig. Toen de zware oorlogsjaren eindelijk verteerd waren en het blad definitief kon worden omgeslagen. Heel de wereld richtte voortaan zijn blik op de toekomst, die van de vooruitgang en de vrede, dankzij de snelle evoluties in de wetenschap en de techniek.

Dat opflakkerende globale optimisme goot Coe in een verhaal. Een behoorlijk mooi verhaal zelfs. Tegen een unieke setting van de meest fascinerende paviljoenen aan de voet van het nog klinknagelnieuwe Atomium. Thomas Fooley, een brave ambtenaar van de Britse veiligheidsdienst wordt in ’58 naar Brussel gestuurd om daar een oogje in het zeil te houden in de Britannia, de pub die het hart vormt van het Britse Wereldexpo-paviljoen. Want officieel is er misschien wel weer sprake van internationale samenwerking, maar ondertussen bereikt de Koude Oorlog toch maar mooi haar hoogtepunt. En die ondeugende Belgen hebben verdorie het rivaliserende Amerikaanse en Russische paviljoen pal naast elkaar geplaatst! De deugnieten!

Liefde in tijden van spionage

Spionagepraktijken in ambtenaarspakje dus. En daartussen vlecht zich ook een liefdesverhaal. Want Fooley, die al jaren vastgeroest is tussen de vier muren van zijn kantoor en van zijn al te burgerlijke leventje, kan eindelijk voor een half jaar de sleur van vrouw en kind vergeten. En de Belgische bloemetjes buiten zetten in het feestgedruis van de Heizel. Want wat zagen die Vlaamse Expo-gastvrouwen er toch zo verdomd sexy uit in hun kortgerokte rode pakjes!

Interessanter echter dan de dubbele plot is de unieke blik achter de schermen van het helse circus dat de Expo is. De auteur leidt je van de eenvoud van de povere barakken voor medewerkers in de Wemmelse velden tot de grand chic van de meest verbluffende architecturale hoogstandjes. Heel tastbaar allemaal, je kan spreken van een levendige en meer dan geslaagde tijdreis. Vooral fijn voor ons Belgen, want ons bescheiden landje, nu zo verguisd, was toen maar liefst acht maanden lang het centrum van de wereld!

Gewoon geestig

Dat is nu wel wat anders. In deze tijden van crisis die maar niet lijkt te willen overgaan, katapulteert ‘Expo 58’ je naar een heel ander, rooskleuriger tijdperk. Altijd leuk, zo’n streepje escapisme. En het is ook gewoon heerlijk leesvoer om nostalgisch bij weg te dromen. Geestig, beeldrijk en intelligent geschreven, zonder daarin te overdrijven. Keerzijde van de medaille: je hoeft niet echt te zoeken naar diepere lagen vol verborgen symboliek of geniale gedachten. Want die zijn er gewoon niet. Diepgang nihil, terwijl je met de bijzondere setting en de internationale spanningen op de achtergrond toch wel heel wat meer had kunnen aanvangen.

Maar misschien was dat de bedoeling van Coe niet. En ons stoort het eigenlijk ook niet. Dus is ‘Expo 58’ geen bloedstollende, maatschappijkritische spionageroman geworden, maar ‘slechts’ een lekker ontspannend en lichtvoetig boekje. Bij voorkeur te lezen met retro zonnebril en fris glaasje Stella op een terras in een stralend lentezonnetje.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top