Rosemary Sullivan, ‘Villa Air-Bel’

David tegen Goliath in Vichy-Frankrijk

Het heeft ons altijd al gefascineerd: kunst gemaakt in de oorlog. Grote kleurrijke doeken in kleine donkere ateliers, amper een muurdikte verwijderd van de grijze angstige straten waar troepen sadistische soldaten intimiderend rond patrouilleren. Zigzaggend tussen plassen bloed en leeggeplunderde joodse winkeltjes, op zoek naar ‘ontaarde’ kunstenaars en intellectuelen, vijanden van de Duitse bezetter.

Het is bijna een wonder dat zoveel kunstmusea decennia later, ondanks die grootscheeps georganiseerde klopjacht in de jaren veertig, alsnog hele zalen kunnen vullen met werk van deze artiesten. Die letterlijk schreven, tekenden en schilderden op leven en dood.

Centre Américain de Secours

Een en ander is te danken aan de Amerikaanse vluchtelingenorganisatie CAS, het Centre Américain de Secours. Hun opzet: in Frankrijk zoveel mogelijk bedreigde intellectuelen en kunstenaars uit de handen van de nazi’s redden en ze veilig de bezette landsgrenzen over krijgen. Deze moedige, maar minder bekende reddingsoperatie, krijgt nu eindelijk ook een plaatsje in de oorlogsliteratuur dankzij ‘Villa Air-Bel’. Daarin vertelt Rosemary Sullivan het onwaarschijnlijk verhaal van een handvol jonge, geleerde, avontuurlijke idealisten die hun eigen leven in de strijd wierpen om de toenmalige Franse culturele elite te redden.

Spilfiguur is de tweeëndertig jaar jonge Amerikaanse journalist Varian Fry, gehard en gewiekst, een man met een geweten. Hij komt aan in Marseille, hoofdstad van het collaborerende Vichy-Frankrijk, in augustus 1940, met dertigduizend dollar op zak en een lijst van tweehonderd namen. Dertien maanden later wordt hij uit Frankrijk verbannen, nadat hij met zijn organisatie zo’n tweeduizend mensenlevens heeft gered. Onder wie kunstenaars als Marc Chagall, Marcel Duchamp en Claude Lévy-Strauss.

Kat-en-muisspelletje

‘Villa Air-Bel’ vertelt over de korte, maar zware periode waarin het CAS actief was, het levensgevaarlijke diplomatieke kat-en-muisspelletje met de Duitse bezetter en de internationale ambassades, balancerend op het randje van de illegaliteit. De haast absurde strijd om in de hopeloos administratieve chaos de juiste uitreis-, transit- en entreevisa, identiteitspapieren, boottickets, financiële sommen en andere papieren te bemachtigen en die tijdig door te spelen aan de juiste personen. Een heldhaftige strijd van David tegen Goliath.

De grote, vervallen Villa Air-Bel was het toevluchtsoord van het CAS, waar enkele kunstenaars tijdelijk konden verblijven, in afwachting van de officiële documenten. Surrealisten, onder leiding van André Breton, probeerden er de oorlogsgruwel even te vergeten door creatieve spelnamiddagen, zelf georganiseerde kunstveilingen en liters wijn. Zo trachtten ze een tijdelijke oase op te trekken, in de schaduw van de Gestapo die iets verderop het land ‘zuiverde’ van ongewenste elementen.

Scherpzinnige analyse

Uit de chaotische jaren dertig en veertig weet Sullivan een heldere, duidelijke chronologie te distilleren. Het resultaat van vier jaar intensief onderzoek is een zeer scherpzinnige analyse geworden, geschreven met veel wetenschappelijke precisie – het boek telt een 45-tal bladzijden aan voetnoten en bronnenmateriaal. ‘Villa Air-Bel’ is daarmee tegelijkertijd een zoveelste aanklacht tegen het beschamende Vichy-Frankrijk van de laffe maarschalk Pétain in de jaren veertig, en een ode aan het moedige en efficiënte weerwerk van enkele jonge idealisten, dankzij wie een belangrijk deel van het Europese kunstpatrimonium bespaard is gebleven van de vernietiging door de nazi’s.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top