Michel Houellebecq & Bernard-Henry Lévy, ‘Publieke vijanden’

Rumoer in de Franse boekenwereld toen uitgeverij Flammarion afgelopen zomer een nieuwe ‘mysterieuze publicatie’ binnen haar fonds aankondigde. Niet zomaar een kleine garnaal, zo werd beloofd, de eerste druk zou immers 100.000 exemplaren bevatten. Al snel wezen de pennen richting Michel Houellebecq. Nog groter bleek de verrassing toen bekend raakte dat de nieuwe worp een correspondentie in boekvorm werd met niemand minder dan … Bernard-Henri Lévy!

De rechtse aartspessimist Houellebecq in geschreven debat met de linkse filosoof en zelfverklaarde wereldverbeteraar Lévy? Dat klinkt als Herman Brusselmans die in een provocatieve bui de literaire degens kruist met Etienne Vermeersch. Straffer zelfs. Omdat Houellebecq en Lévy om ter hardst worden uitgespuwd in la douce France, kennen ze geen gelijke in Vlaanderen. Allebei zijn ze immers uitgegroeid tot ‘publieke vijanden’ van het Franse volk.

Verbonden als kop-van-jut

Maar dat kop-van-jut zijn, is het enige wat hen bindt. Voor de rest zijn beide heren perfecte tegenpolen. En dat maakt de correspondentie enorm interessant. Beginnen ze nog wat braafjes over hun gezamenlijke afkeer voor bekentenisliteratuur, dan weet Houellebecq wel al enkele stevige steken te geven. Zij het boven de gordel: hij doet zijn functie van provocerend klootzakske alle eer aan, maar blijft daarbij wel uiterst hoffelijk.

Houellebecq valt aan, Lévy pareert, verdiept het debat en vuurt terug met zowaar nog grover geschut. Het resultaat is een prachtig intelligent en straf literair schaakspel. Er wordt vooruitgeschoven met pionnen als Baudelaire, Cocteau, Voltaire, Schopenhauer en Nietzsche. Evidente thema’s als het jodendom van Lévy en het atheïsme staan als lopers recht tegenover elkaar. Diepere filosofische achtergronden, de torens, gaan met elkaar in debat: Lévy’s politieke engagement wordt tegenover de kille rationalistische, epicuristische kijk van Houellebecq geplaatst. Van patriottisme tot fanatisme, Céline tot Sarkozy en van het boek Genesis tot het Frankrijk van de eenentwintigste eeuw: de heren hebben elkaar veel te vertellen.

Pokeren met zelfrelativisme

Uiteraard wordt er heel wat met namen gepokerd en proberen beiden elkaar de loef af te steken in eruditie en belezenheid. Maar het mooie aan dit boek is dat het helemaal niet stoort. Geen irritante betweterigheid, de zware intellectuele argumentaties worden verlicht door het continue sfeertje van zelfrelativisme. En vooral ook door de zeer persoonlijke toets. Naarmate de correspondentie vordert, wordt de sfeer steeds intiemer. Wanneer de moeder van Houellebecq plots haar vernietigende biografie publiceert waarin zoonlief met de grond gelijk wordt gemaakt, staat Lévy klaar met hartverwarmende woorden. Sarcasme en filosofie maken dan plaats voor ontroering. Mooi.

Laten we niet naïef zijn: hoe hard de correspondenten ook tekeergaan tegen bekentenisliteratuur, hun zes maanden lange briefwisseling behoort uiteindelijk ook tot die categorie. Op elk moment schrijven de twee haantjes-de-voorste niet alleen naar elkaar, maar ook naar heel Frankrijk. Naar de hele wereld. En daar zijn ze zich ook ten volle bewust van. Ja, er zit dus ook wat pr bij, een schreeuw om begrip. Maar de toon is oprecht, de schrijfstijl geraffineerd en de inzichten sterk opgebouwd.

Ondanks alle rumoer valt de verkoop van ‘Publieke vijanden’ in Frankrijk wat tegen. Onterecht: de halve duo-autobiografie houdt immers niet alleen de gedeprimeerde schrijver en de narcistische filosoof een spiegel voor. Ze geeft ook een pijnlijk correct beeld van de vervreemde westerse maatschappij waarin zij – en wij – leven. Een absolute aanrader.

Cédric Raskin
Voor Cutting Edge

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top