Douglas Coupland, ‘De Kauwgomdief’

Een winner over losers

Stel je voor. Je bent even voorbij de veertig en vrouwlief bolt het af maar betreurt wel dat ze je geen alimentatiegeld meer heeft kunnen ontfutselen. De fles is je beste vriend – zolang ze vol is – en je dagdagelijkse job bestaat uit het verplaatsen van pakken HP-inkjetpapier en het bijvullen van dozen Bic Magic Soft. En dat in een groothandel van kantoorbenodigdheden met de uitstraling (en zelfs de naam!) van een pak nietjes. Kort samengevat: je bevindt je niet echt op het hoogtepunt van je leven.

Net als in ‘jPod’ is de hoofdpersoon van Douglas Couplands nieuwste worp opnieuw een uit het dagelijkse leven geplukte loser. Geen computernerd ditmaal die zijn tijd doodt door brieven te schrijven naar Ronald McDonald of alle priemgetallen tussen 10.000 en 100.000 oplijst. Nee, Roger Thorpe sublimeert zijn frustraties in zijn vrije tijd tot een soort dagboeknotities waarin hij zich in de huid van zijn collega’s verplaatst. Verstoppen is niet zijn specialiteit, dus worden de bladzijden snel gevonden door Bethany, een negentienjarige gothic chick met een wereldvisie zo zwart als haar lippenstift. Als ook zij haar pen scherpt op diezelfde pagina’s, ontstaat er een geheime correspondentie tussen beide gedeprimeerde collega’s die al snel elkaars zielsverwanten worden.

Een 21e-eeuwse brievenroman

‘De kauwgomdief’ is dus een brievenroman. Niet meteen een revolutionair concept, maar het werkt wel bij Coupland. Zo kan hij zijn maatschappijkritische blik langs twee verschillende – maar uiteraard even sarcastische – invalshoeken van zelfverklaarde losers ventileren. Dat beide toevallig een lekker scherpe pen hebben die de ene rake observatie na de andere afvuurt, doorspekt met felle oneliners, maakt van elke pagina een heerlijke ode aan de zwartgallige schaduwkant van het leven. En dat lusten we wel.

Opvallend is dat Coupland in zijn morbide humor ook de neteligere thema’s niet schuwt. Met Bethany’s zielenroerselen over de dood, haar zelfmoordgedachten en het einde van de wereld, maken we een tripje in de gedachtewereld van een gemiddelde fatalistische gothic tiener anno 2008. Maar ook delicatere onderwerpen als kanker en de ziekte van Alzheimer passeren de revue. Niet meteen thema’s om vrolijk van te worden, tenzij je Coupland heet natuurlijk.

Zelfrelativerend

Naast hun correspondentie, waar ook DeeDee (Bethany’s moeder annex sociaal geval) en Ioan (Roger’s ex annex bitch) in opdoemen, zoeken Roger en Bethany een vlucht in hun literaire aspiraties. Bethany herwerkt haar schoolopstel over een beboterd sneetje boterham terwijl Roger schrijft aan ‘De handschoenvijver’, zijn eerste roman die je overigens als extraatje bij aankoop van ‘De kauwgomdief’ krijgt. Met op de backcover een smalende Coupland die dat boek aanprijst: ‘Ongelooflijk, dat zo’n klein boekje een complete metafoor voor praktisch alle lagen van de menselijke beschaving kan bevatten – niet alleen literaire, ook wetenschappelijke, visuele en metafysische.’ Glimlach.

Na een wat krakkemikkige periode bleek Coupland sinds ‘jPod’ volledig terug, met ‘De handschoenvijver’ gaat hij op datzelfde élan verder. Ditmaal heeft de auteur zelfs geen Spielerei met rare woordschikkingen en lettertypes meer nodig. Hoewel hij serieuzer thema’s aansnijdt, blijft hij zijn hilarische en zelfrelativerende zelve. Heerlijk, dat slothoofdstuk waar hij als pedante docent literatuur ‘De kauwgomdief’ afkraakt ‘omdat de personages te echt lijken’: ‘als ik jou was, zou ik niet proberen dit uit te geven, Roger. Dat kan alleen maar tot teleurstelling leiden’. Maar laat ons nu nét van literaire teleurstellingen van pedante literatuurcritici houden…

Cédric Raskin
Voor Cutting Edge

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top