A.F.Th. van der Heijden, ‘Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen’

Het ligt ongetwijfeld aan ons, maar nee, wij kennen Jean-Paul Franssens niet. Het moet nochtans een fascinerend kunstenaar zijn geweest: van schilder tot prozaschrijver en van operaregisseur tot voordrachtkunstenaar. Een groot inspiratiebron voor ‘Zeurkalender’-cartoonist Peter van Straaten met zelfs een gastrolletje in Mulisch’ meesterwerk ‘De ontdekking van de wereld’!

Maar wij, nee, nooit van gehoord. Laat staan dat we wisten dat hij is heengegaan. Vijf jaar geleden al. Gelukkig zijn er nog zijn vrienden zoals A.F.Th. van der Heijden die er ‘alles aan willen doen om hem levend te houden’. Dus beloofde A.F.Th aan Franssens’ vrouw Carla een requiem aan manlief op te dragen in de vorm van 135 pagina’s vol anekdotes.

Dubbelrequiem

De veelschrijver is daarmee niet aan zijn proefstuk toe. In ’86 al droeg hij het dubbelrequiem ‘De sandwich’ op aan twee jeugdliefdes. ‘Asbestemming’ uit ’94 was een pareltje van een hommage aan zijn overleden vader en vorig jaar pende A.F.Th. zijn herinneringen aan ‘mama, mam, ma’ neer in ‘Uitdorsten’. Die requiemervaring laat zich ook nu weer makkelijk lezen in ‘Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen’. Zo krijgen we vlotte cursiefjes en fijne verhaaltjes geserveerd, allemaal toegespitst op die ene charismatische Jean-Paul Franssens.

Gelukkig voor A.F.Th. is Franssens een wel heel dankbaar onderwerp voor schrijvers. Uit het boek komt een zonderling bohemien met arrogante aristocratische trekjes naar voren. Een vulkanische demagoog die even goed kan vertellen als pinten hijsen aan de toog van zowat elk café uit de Amsterdamse binnenstad. Een fiere egotripper die zichzelf als kunstenaar hoog in het vaandel draagt en bijna evenveel oneliners kan afvuren als shotjes jenever naar binnen werken. Zijn generositeit en loyaliteit of zijn onuitstaanbaarheid en legendarische ruzies met Carla, alles passeert de revue.

Schuldgevoel

Sappig geschreven uiteraard, A.F.Th. kent zijn vak, maar daar blijft het bij. Want anders dan bij zijn andere requiems schrijft hij duidelijk vanuit een groot schuldgevoel. Dat hij Franssens tijdens zijn laatste maanden niet meer heeft geschreven en achteraf zelfs zijn begraafplaats niet kon vinden. Pijnlijk. Niet toevallig begint het requiem met Franssens’ doodsgedicht ‘De dragers’. Van der Heijdens bescheidenheid als een van die dragers siert hem, maar hoewel hij ook hier zijn meest intieme gedachten blootlegt, mist ‘Voetstampwijnen…’ het ontroerende van de andere hommages. Op elk blad lees je tussen de regels vooral een welgemeend ‘sorry’. En die schuldbekentenis die de schrijver zich oplegt werkt op den duur stilaan op de zenuwen…

Overbodig is ook het aanhangsel ‘Vilt voor de muizen’. Een leuk geschreven verhaaltje over een stinkend rottend lijk onder een cafépiano en een uit de hand gelopen zwarte naaldtentoonstelling waarin Franssens vrolijk figureert. Maar ook deze anekdote is misschien van grote betekenis voor A.F.Th of Carla, voor de lezer die de kunstenaar nooit heeft gekend blijft het enkel een verhaaltje, geheel vrijblijvend.

Leuk dus voor de auteur dat hij met ‘Voetstampwijnen zijn tandknarswijnen’ een deel van zijn persoonlijke ‘schuld’ en meteen ook zijn belofte aan Carla heeft kunnen aflossen. Zo staan ze weer quitte. En wie niet weet wat te doen deze zomer en graag vlotte requiems leest, raden wij het boekje zeker aan. Plezier gegarandeerd. Maar voor ons blijft het voornamelijk veel beeld zonder klank. En laat nu net die klank zo typerend zijn geweest voor die goede Franssens!

Cédric Raskin
Cutting Edge

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top