Alles had Hij geschapen. Dag en nacht, hemel en aarde, water en land, dino en mens. Op de zevende dag rustte Hij uit en hoorde Hij Adam het gras afmaaien. 

Dat had hij zelf bedacht, vertelde Adam die avond trots aan Eva. Een machine die het gras kortwiekt, op benzine, en daarbij opzettelijk veel lawaai maakt zodat de buren dat zeker zouden merken. ‘Maar Adam, we hebben toch helemaal geen buren?’ Breed was zijn glimlach, zijn oren kleurden rood. ‘Zullen we dan maar eens buren – euhm – máken?’

De soundtrack van het zuiden

Nadine stapt liefst gewoon op de verharde weg. Alles bij haar doet pijn. Haar schouders vloeken, haar knieën zeuren en haar voeten klagen. Maar ze hoort het allemaal niet want Nadine is doof. In gebarentaal vertelt ze over haar pijn, die haar tien jaar jongere man Martin voor mij vertaalt naar woorden. Aan de hand van louter passages uit de Bijbel.

Op de soundtrack van de Cammino sluimert het slapende platteland. Verlost een wakkere haan de frisse morgen uit de heldere nacht, kruipt meneer pastoor geeuwend uit zijn warme ledikant en luidt traag de zware bronzen kerkklokken. Volgt het ochtendlijke gekwetter van vroege vogels aan hun ontbijt, het eerste ruisen van de wind. Kraken dikke oude bomen, klateren kleine beekjes en diepe rivieren. Vertellen de hoge wijze bergen, zwijgen de meren, snerpt het steengruis ritmisch onder je schoenen. Zoemen de insecten, fluit de wind, blaft iedere hond in elk dorp dat je binnentrekt.

Net voor je wegzinkt in de idylle haalt de realiteit je in. Suist een autosnelweg aan de horizon of plots heel dichtbij. Tuft een oude ronkende dieseltractor moeizaam in eerste versnelling een zanderige helling op. Rijden gammele witte camionetten over verlaten Franse wegen. Zoeft achter de heuvel een sneltrein voorbij en doorbreekt een formatie F16’s krakend de geluidsmuur. In Zwitserland cirkelt elke dag een helikopter boven je hoofd, in Italië brommen, snorren, schetteren, scheuren en knallen moto’s en opgefokte wagens door elkaar. 

De kleine zuiderse man vermaakt zich met bosmaaiers, kettingzagen, bromfietsen en hogedrukreinigers. Bouwt langs rivieren en kanalen grote raffinaderijen om zijn zware pruttelende vrachtschepen aan te meren. Op het veld verpotten landbouwbedrijven hun luidruchtige 19de-eeuwse installaties en metselen daar stallen en gebouwen rond. Elk boerendorp heeft haar eigen lawaaierige smederij. Vakmannen smeden er luide koperen bellen en leggen ze daarna te drogen in een wei. Om ze niet kwijt te raken, binden ze er een koe aan vast die er de hele dag mee rammelt.

De roeping van Bernhard

Kleine Bernhard was rotverwend. Kreeg alles wat hij wilde in zijn gouden slaapkamer in het grote kasteel van zijn ouders in de Savoye. Hij genoot de allerbeste opvoeding in Parijs, verzamelde exotische postzegels en Zwitsers geld, en vanaf dat hij zich begon te scheren kreeg hij van papa een vruchtbare echtgenote cadeau. Dat zag de brave Bernhard niet zitten: hij verkoos een zwevend aureool boven een trouwboekje en een diamanten ring. De avond voor zijn trouw sprong hij uit het raam van zijn twaalf meter hoge torenkamer. De engelen vingen hem op en hielpen hem vluchten van de adellijke naar de geestelijke wereld.

Bernhard werd priester en werkte zich op tot aartsbisschop. Hij bekeerde honderden zielen en verrichte zelfs mirakels. Maar het is dankzij de pelgrims dat hij de geschiedenisboeken haalde. Als aartsbisschop was hij verantwoordelijk voor de katholieke zielen in en rond de stad Aosta, die je bereikt wanneer je vanuit Zwitserland de Alpen oversteekt. Ze zagen er vaak niet uit, die zwalpende pelgrims die de lange gevaarlijke oversteek vol lawines, sneeuwstormen en andere onprettige verrassingen hadden doorstaan. Verkleumd, bevroren en halfdood kwamen ze in Aosta aan, vaak ook beroofd door slinkse boeven of georganiseerde bendes in de bergen. 

Dus richtte Bernhard een klooster en een hospice op, een eenvoudig hotel, helemaal bovenaan de bergpas. Een warme, bereikbare tussenstop op zo’n kleine 2.500 meter hoogte voor al wie de onvoorspelbare bergen over moest. Bijna duizend jaar later staat het stevige gebouw er nog altijd en is de ontvangst met warme kop thee er nog altijd even hartelijk. De zware eikenhouten voordeur heeft geen slot, vertelt de monnik mij trots. Ook ‘s nachts kunnen mensen in nood zomaar het klooster binnen. Al hebben de geestelijken liever van niet: tijdens het ochtendgebed voor het ontbijt kunnen niet alle zingende monniken hun wijde geeuw onderdrukken.

De mythe en de magie 

De driedaagse klim naar de Grote Sint-Bernardpas is niet alleen letterlijk het hoogtepunt van mijn reis. Het zijn stuk voor stuk prachtige etappes. Van het oude Romeinse amfitheater en het museum van de Sint-Bernardshonden in Martigny trekt de Via Francigena langs wondermooie bospaadjes naar het kleine dorp Orsières. Een dagtocht vol druk bewegwijzerde hellingen en verrassende panorama’s later kom je aan in Bourg Saint-Pierre, waar de echte klim begint over een spectaculair en in meerdere opzichten adembenemend rotspad naar het hospice van de monniken.

Het zijn dagen waar je op elke plaats foto’s kunt nemen die je achteraf weer verwijdert omdat ze de monumentale kracht van het landschap niet kunnen vatten. De magie beleef je veel directer met je ogen alleen. Nóg magischer dan de klim zelf, zijn de eerste kilometers van de afdaling. Vooral wanneer de wolken zich als dikke kussens om je heen proppen. Je dwaalt avontuurlijk door de dichte mist waarin je hooguit enkele meters voor je uit ziet, speurend naar het volgende gele pijltje. Tot je langzaam uit het wolkendek omlaag klautert en plots honderden koeien ziet grazen op groene alpenweiden, op een steenworp van de uitgang van de Sint-Bernardtunnel.

De Sint-Bernardpas is niet alleen mythisch maar ook heel populair, dus ik had wel wat pelgrims verwacht. Maar niet dat die zo heerlijk chaotisch zouden zijn als Laura en Mark. Laura is een Britse dertiger die nu in Genua woont en drie jaar geleden de volledige Via Francigena stapte, van Rome naar Canterbury. Door het slechte weer kon ze de berg niet over, dus stapt ze nu het overgeslagen stuk, van Martigny tot Aosta. Haar even hilarische vriend Mark stapt met haar mee, samen met een huppelende berggeit die van dichtbij een kwieke, pientere Indiër blijkt te zijn. Een week lang kruisen onze paden overdag en brengen we ook de meeste avonden samen door. De Zwitserse en Italiaanse horeca zijn daar allerminst rouwig om.

Wanneer het drietal een verkeerde afslag kan nemen, doen ze het resoluut. Het prachtige wilde Indiana Jones-pad nabij Sembrancher, met handen en voeten klauterend over grote rotsblokken, hebben ze gemist. Ze volgden op dat moment de verkeerde gele pijltjes die hen naar een meertje hoog in de bergen leidde. In haar rugzak zeult Laura een lang feestkleed mee voor op een trouwfeest, net na aankomst. Van haar open schoenen heeft ze met haar gehavende pelgrimvoeten wel wat spijt. Op een week tijd verliest het koppel minstens vijf wandelstokken. In de souvenirwinkeltjes halen ze hun schade in en kopen ze spullen die ze vooral niet nodig hebben zodat het niet erg is als ze die kwijtspelen. 

Ik hou een rustdag in Aosta om hen na veel koffie, een gezond veganistisch diner en ongezond veel bollen ijs, op de trein te zetten. En zet daarna mijn solotocht weer verder.

De engel van Aosta

De oversteek van de Alpen naar de Aostavallei is zo spectaculair dat je amper beseft dat je de grens oversteekt. Tot je de eerste Italiaanse dorpjes binnenstapt en prompt verliefd wordt. Op de afgebladderde pastelgevels met oude luiken en hun afgemeten geometrische schaduwen. De smalle draaitrappen in natuursteen en de hobbelige stegen doorheen het labyrint. De kleurrijke bloemen en terracotta potten voor elk raam, verschillende lagen zachte gordijnen die spelen met de wind. Waslijnen vol kleuren, gerangschikt op maat, satijnen verleiding van lingerie met bloemengeur. Uit open deuren ontsnapt het aroma van doppio espresso en verse focaccio, de rook van zware sigaretten en hun hun verbrande filter op het terras neem je er maar bij.

De liefde blijkt wederzijds: ook Italië houdt van haar pelgrims. Langs de rand van de weg wijst een houten pelgrim naar een gevulde tafel met koffie, koekjes en plastieken flesjes water in een emmer. Geschilderde borden in bijna verlaten gehuchten verwelkomen de pelgrim in alle talen, in vele dorpen langs de Via Francigena heeft de priester een ostello waar je aan een zachte prijs kunt overnachten. Voelde ik me een rugzaktoerist in België, een solitaire vagebond in Frankrijk en een wandelende portefeuille in Zwitserland, in Italië mag ik volop pelgrim zijn.

De ochtend kleurt de gebouwen in de vallei goudgeel. Net wanneer ik op een uitkijkpunt al dat goud absorbeer op mijn iPhone, snelt achter mij een engel voorbij. Een half uur later zie ik haar terug en kan ik haar voluit observeren vanuit vogelperspectief. Dat is het voordeel van de verkeerde weg die ik nam, op een hoger gelegen parallelbaan. Zij volgt secuur het juiste pad naar de vallei. Het is een heel mooie, gracieuze engel. Ze verstopt haar vleugels sierlijk tussen haar smalle rug en haar rugzak. Haar bruine krullen wiegen zachtjes mee op het lichte ritme van haar schoenen. Haar zonnebril staat haar charmant, de aanstekelijke glimlach eronder nog beter.

Wanneer we elkaar wat later weer kruisen, blijven we meteen de hele week samen. Carlota is 31, komt uit Zaragoza en woont in Barcelona. Ze is gespecialiseerd klinisch apotheker, zetelt als expert in verschillende commissies maar is de druk van de farmaceutische sector beu. Dus gaf ze een paar weken geleden haar jobs op in twee grote ziekenhuizen in Barcelona en stapt ze net als mij een nieuw professioneel hoofdstuk in. Ook al heeft ze nog geen flauw benul van welk pad ze uiteindelijk wil inslaan. 

The fool on the hill

Stapte ik twee maanden lang helemaal alleen, brengen we nu een volledige week samen door. Want Carlota is niet alleen een lieve engel, ze is ook enorm grappig en intelligent. Ook zij neemt volop de tijd en geniet van alle verrassingen die de weg ons biedt. Zoals haar host Egidio die haar plots opbelt en afspreekt op een terras om haar haar vergeten busje shampoo te bezorgen. In plaats van een espresso trakteert hij ons op meerdere glazen prosecco. Waarna we onder een stevige zon met een misschien iets te brede glimlach de steile klim aanvatten.

Wat later zien we op de top van de heuvel een opgefokt wit busje met zonnepanelen en scheve trekhaak. Daarvoor poseert een blote vent met zwart boxershort die op een vreemde manier naar ons grijnst. Juan-Luca, aangenaam. The fool on the hill spreekt tien talen, reisde de wereld rond als trucker en vertelt uitgebreid over de opleiding van politiehonden, Moeder Teresa en de Italiaanse maffia. Gaat vervolgens over op taal, geloof en het belang van onafhankelijkheid. Heel geïnteresseerd wil hij met mij beste vriendjes worden, maar hij vraagt uiteindelijk alleen naar het mailadres van Carlota.

Een dikke honderdvijftig kilometer stappen we samen. Eerst de groene vallei uit langs hellende wijngaarden en oude pilaren, dan onder een gietende regen de natte rijstvelden vol muggen door. Onder een tropische stortregen spurten we ‘s avonds door het historisch centrum van Vercelli, gewoon om een ijsje te proeven bij GROM. Aan het kasteel van Bard zet ik op mijn credenziale een stempel van een spook, dat ons een hele week lang achtervolgt in verlaten boerderijen en afgebrokkelde ghost towns. Wat we uitzweten in de vochtige middaghitte van Piemonte, compenseren we met fris water uit de vele fonteintjes. We branden witte kaarsen in gekleurde kerken, keuren pizza’s en piazza’s. Testen alle zoete brioches uit in ochtendlijke pasticcherias en zwemmen bij een mooie zonsondergang in het opgewarmde meer van Viverone.

De 79-jarige Pierro Angelo in Santhià trekt ons zijn boerderij in en toont fier de twaalf kuikens die achter mama eend aan huppelen. We spreken geen woord Italiaans maar begrijpen wel zijn geniepige verhaal over de affaire met zijn minnares. De gluiperd zal op eigen houtje nooit in de hemel geraken, zegt hij zelf, dus of we voor hem misschien een kaarsje kunnen branden in Rome?

Elk dorp heeft zijn lokale heilige, de kleurrijke vlaggetjes suggereren overal wel ergens een feest. Een stoet trekt aan ons voorbij in Monjovet, we botsen op een festival in Garlasco, religieuze feesten voor San Rocco en botsen op een kermis onder ons ostello. In Pavia blaast de natte avondwind fris tegen onze blote pelgrimsbenen, het houdt het vuurwerk boven de Ponte Coperto niet tegen, waarmee we een fantastische week afsluiten.

Kippenvel

Soms moet je ook van een engel afscheid nemen. Pavia is zo mooi dat ik er een extra dag wil blijven om verder door de stad te dwalen. Carlota moet tijdig aankomen in Rome zodat ze daarna naar Zaragoza kan om El Pilar te vieren. Het afscheid voelt vreemd. Een week nomadisch samen leven voelt als een jaar intense vriendschap. Aan de rand van Pavia bestellen we een ongezond afscheidsontbijt. Daarna spreidt de engel haar vleugels, gordt haar rugzak om en trekt verder zuidwaarts. Ik keer terug de stad in, dwaal door de gangen van de universiteit, en daarna door de andere buurten. 

Het waren prachtige weken met prachtige mensen. Terwijl de zon achter de brug haar laatste stralen over de rivier drapeert, waait een frisse avondbries over mijn tafel op de oever. Het resultaat is kippenvel. Van schoonheid, dankbaarheid en misschien ook een lichte blues. Maar de fijne souvenirs houden me lekker warm en stomen me klaar voor een volgend reishoofdstuk. Wat zal de nieuwe week brengen?