Twee knullig gedrapeerde Franse vlaggen over de vuile ramen van het sanitaire blok herinneren eraan dat het vandaag le 14 juillet is. Nationale feestdag op de camping, iets na zeven in de morgen. Een vlezige man in kaki boxershort zwaait zijn caravandeur open, reutelt hardop en trompettert er een feestelijke scheet tegenaan. Gaat het metalen trapje af, laat zijn short zakken, pist kletterend tegen zijn eigen caravan, klimt het trapje op en sluit de deur om weer verder te slapen.

Grensdorp Givet, welkom in Frankrijk 

De fijnzinnige haute culture en historisch gedistingeerde art de vivre waar onze zuiderburen zo gereputeerd om zijn, geldt wat minder voor het noorden van het land. Misschien is de subtiele Gallische beschaving gewoon nog niet doorgedrongen tot het vergeten grensdorpje Givet. Het heeft al een eigen bebouwde kom, er rijdt elk uur een trein langs en sommige auto’s stoppen voor het rood. Maar de primitieve inboorlingen wachten nog altijd op een missionaris op het gebied van sociale omgang, klederdracht en visvangst.

Zin voor initiatief is er wel. Ruw geschat zit driekwart van de lokale bevolking met een hengel of vijf langs het water. Ze besparen heel verstandig op hun kleding om te investeren in hightech visgerief. Elke hengel heeft een dure sensor die automatisch even piept wanneer de vis bijt. De forel in Givet blijkt gretig te bijten, zo vaak dat de ervaren vissers er een beetje moe van worden. Dus zetten ze hun transistorradio’s wat harder zodat ze die vervelende piepjes niet meer horen. Zo kunnen ze zich vanuit hun luie plooistoel beter concentreren op de bouw van hun wankele torentjes van lege blikjes bier.

De lelijkste van de drie vissers aan de gemeentelijke vijver heeft twee buiken. Een onderbuik die hij in zijn uitgerekte legerbroek wegmoffelt, en daarbovenop nog een die hij gebruikt als bijzettafel om liggend vanuit zijn strandstoel filmpjes op zijn iPhone te bekijken. Hij grijnst wanneer hij me betrapt. ‘Ik ben een mirakel’ zegt hij. ‘Al dertig jaar zwanger van een tweeling en toch nog altijd maagd.’

Rauwe hesp langs de Maas

François is óók fotograaf, oui oui, aangenaam. Hij zag mij foto’s nemen, oui oui. Maar, sans rancune, rivierlandschapjes zijn voor amateurs, ooh oui. François maakt échte foto’s, en of ik ze eens wil zien misschien? Hij wacht mijn antwoord niet af en haalt zijn iPad uit zijn jutezak. Het paswoord van zijn website is ‘jamboncru’ en ik snap meteen waarom.

Want één voor één spatten de naakte vrouwen van het scherm. Mollige exemplaren vanaf de zestig. Genereus van boezem, goed van vlees, rijk aan rimpels. Staan of liggen ze wijdbeens, rode sporen van hun slipje om de lendenen, stuk voor stuk rijkelijk behaard. Soms staart er eentje gemaakt sensueel naar de lens, een deugniet kijkt speels weg. De meeste doen maar wat. Er zijn beelden in kleur, sepia en zwart-wit. Ze poseren in de woonkamer voor de open haard of kronkelen komisch voor een te klein zwart doek, François houdt van variatie. Je ziet soms een hoekje tafel met een nog niet leeggegeten bord, een beker naast enkele kabels en – verrassing! – plots een half been van een andere blote vrouw. Maar prominent in beeld blinken overbelichte borsten, oma’s in pijnlijk houterige poses, enkele zelfs in flou artistique. Ze zijn niet geregisseerd, slecht belicht, verkeerd gekadreerd, fout bewerkt. Ze zijn geweldig.

François glundert. Pas op, ze waren niet gratis, zijn petits chouchous. Oh non, mais pas du tout. Hij heeft nu wat geld nodig om zijn kunstproject verder te zetten, oui oui. Maar de gemeente van Givet, de regio Champagne-Ardennes en de rest van de wereld blijken nog niet klaar voor zijn kunst. Wacht maar, straks wordt hij dé fotograaf van het noorden. Zoals Hugh Heffner, oui oui. Dat dat geen fotograaf was maar de eigenaar van Playboy, hou ik voor mij. 

De hond van Haybes

Als je veel geld neertelt voor een huis langs de Maas, doe je dat niet voor het uitzicht. Vanuit de dure Chesterfield in je stijlvolle salon laat je je blik dwalen over je weelderige bloementuin. Na drie lagen weldoordachte botanische ijver daalt die af langs de netjes gemillimeterde sprietjes gazon, soms in genivelleerde terrasjes, soms zelfs met een attent fonteintje en bijhorend gipsen sierelement. Om zich tenslotte over te geven aan het in avondlicht poëtisch fonkelende water van de Maas met de krachtige rotswand aan de overkant.

Had je gedacht. Maar nee hoor, liever dan op de rivier kijkt de Noord-Fransman uit op zijn eigen scheef gesnoeide haag. Minstens twee meter hoog, volledig zelf onderhouden, dat is het kijken meer dan waard. Minder groen aangelegde eigenaars verstoppen de Maas achter zware golfplaten, bemoste muurtjes van oude bakstenen of professioneel geplaatst hekwerk. Daar kunnen ze dan bordjes tegen hangen met ‘propriété privée’, ‘défense d’entrer’ en ‘attention au chien’.

Pas op, zeg niet zomaar hond tegen een hond. Langs elke heg, muur en schutting die ik voorbij stap, blaft er wel een andere soort alerte viervoeter. Klein of groot, verstandig of dom, altijd wel enthousiast om een solitaire wandelaar te zien. Opmerkelijk is vooral het hondje aan het kruispunt van Haybes dat eigenlijk een gemuteerde rat is, en niet eens fatsoenlijk heeft leren blaffen. Raton, noemt zijn baasje hem. Ik feliciteer hem voor de passende naam. Raton heette vroeger Balthazar, maar sinds zijn vrouw van hem weg is, gaf hij het beest een nieuwe naam. Het mormel is van zijn ex, zij hield meer van haar hond dan van hem. Waarom nam ze die dan niet mee bij de scheiding? Ze houdt meer van de hond van haar nieuwe man.

Vuurwerk in Fumay 

Na een hele week alleen rondtrekken, krijg ik morgen het gezelschap van Dries die een dag meestapt. Ik ontmoet hem de avond ervoor in het centrum van Fumay. Het lijkt wel of heel het dorp hiervan op de hoogte is want spontaan wordt een groot volksfeest op poten gezet. Een overdekt podium langs de rivier met een lokale band die op splitsen staat, de gitarist is zijn solocarrière zelfs al gestart zonder dat zijn bandleden het doorhebben. Een mobiele frituur zorgt voor een festivalgeur, het restaurant aan de overkant richt een standje in zodat ze haar glazen wijn een euro duurder kan verkopen.

Om exact 23u schiet een eerste vuurpijl de lucht in. En nog één en nog één. Allemaal voor Dries en toevallig blijkt het die avond nog steeds nationale feestdag te zijn dus dat vieren ze dan ook maar. Chauvinisme doet gele hesjes vergeten, het dorpje heeft haar volledige jaarbudget voor cultuur en economie opgesoupeerd aan honderden lichtpijlen in een indrukwekkend opgebouwd nationaal vuurwerk. Een spektakel met dubbel plezier door de gigantische echo van elke knal die tegen de enorme rotswand van de rivierbocht klettert.

Het is al na half één wanneer ik mijn tent opzoek. Goed verstopt in een verre uithoek van de camping, ver weg van alle caravans met hun vreemde vroegochtendlijke feestgewoonten. Deze 14 juillet heeft me weer heel wat bijgeleerd over onze noordelijke zuiderburen. Frankrijk, ik zie u graag. Bonne nuit.