Misschien is het de vervreemding, anders wel de verwondering. Of je de Verbeke Foundation binnenstapt met de sérieux van een cultureel volgroeide volwassene of met de nieuwsgierigheid van een klein kind. Het vrolijke universum van het opgewaardeerde rariteitenkabinet blijft altijd opnieuw verbazen.

Alleen al de sfeer. Kom je in een doorsnee galerie binnen, waan je je snel in een deftig salon. Je praat er in holle kunsttermen zoals de etiquette dicteert. Nipt beleefd aan de kunstwerken zoals aan een porseleinen kopje espresso. Besteedt exact negen seconden per werk, het statistische gemiddelde. Blik op het decadente prijslijstje niet meegerekend. Alles is braaf en netjes en clean, van het ambitieus gepoederde gezichtje van de galeriehoudster tot de geëtaleerde werkjes die perfect symmetrisch tegen de witte muur hangen.

Is de galerie een bourgeois salon, dan is de Verbeke Foundation een gezellige rommelkamer. Zo één waar je een doos neemt, het stof ervan af blaast en benieuwd piept wat er in zit. Een oude tekening, een bonte collage, een opgezette Vlaamse gaai. Of bevreemdender. Een gedroogde koeienmaag, een geverniste honingraat, een glazen bloedplaat. Soms heb je niet door wát het precies is, maar het fascineert wel. Je verzint er zelf een verhaal bij, blijft geprikkeld, telkens opnieuw.

Bewogen beweging

De nieuwe zomerexpo zet twee Nederlandse artiesten in de kijker: de ondertussen bijna mythische Strandbeesten van Theo Jansen, en de kinetische sculpturen van Zoro Feigl. Geniaal in al hun eenvoud. Te straf om in woord te vatten, te lui ook misschien, dus liet ik de camera het werk doen. Als een beeld meer zegt dan duizend woorden, zegt een video misschien wel de rest van het verhaal.

De aprilse grillen zorgden ervoor dat de expo spontaan werd voortgezet buiten de muren. Zon, wolken en vinnige jonge takken toverden een nieuwe kinetische sculptuur tot leven. Zo werd de mobiele CAST-studio van Atelier Van Lieshout  plots een bijna magisch projectiescherm…